IVO-P - variant archeologische begeleiding Kabeltracé 'Geldermalsen fase 1' Deelgebied 3 - Neerijnen (gem. West-Betuwe)

Read full text
Authors: K. Tejero Y. Cedillo
Cited by: 0

Abstract

In augustus 2024 is in opdracht van Van Gelder Kabel-, Leiding- en Montagewerken B.V. door Antea Group een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven – variant archeologische begeleiding (protocol 4003) uitgevoerd. Aanleiding voor dit onderzoek is het voornemen van de opdrachtgever om een nieuw 10kV kabelnet aan te leggen voor het verzwaren van het huidig aanwezige elektriciteitsnet. Het archeologisch onderzoek dient als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure. Er zijn tijdens deze archeologische begeleiding drie werkputten aangelegd, één in zone 9, één in zone 10 en één in zone 11. Deze zones zijn onderdeel van deelgebied 3 van het overkoepelende onderzoeksgebied. In zone 9 is sprake van elkaar opvolgende kleilagen. Deze lagen zijn soms zandig, soms humeus. Er zijn enkele posthoornslakjes waargenomen, welke duiden op de aanwezigheid van langzaam stromend tot stilstaand water. Binnen deze zone lijkt er daarom alleen sprake te zijn van komklei. In het booronderzoek is in deze zone tussen 30 en 60 cm onder het maaiveld houtskool aangetroffen, dit is in veld tijdens de archeologische begeleiding niet verder voorgekomen. Binnen zone 10 is er voor de westelijke 20 cm van de werkput sprake van verstoorde grond, in verband met eerder uitgevoerde civieltechnische werkzaamheden. Over het algemeen is sprake van een zandige bodem, met donkergrijs, matig siltig zand als bouwvoor met weinig roestvlekken van ongeveer 20 cm dik met weinig roestvlekken en humeuze vlekken, en daaronder licht- tot donkergeel, matig siltig zand met meer roestvlekken bovenin. Er is sprake van afwisselende geulafzettingslaagjes van grover en fijner zand tot aan de bodem van de werkput. In zone 11 is direct onder de bouwvoor sprake van opeenvolging van bruingrijze kleilagen met plaatselijk veel ijzerconcreties. Plaatselijk is hieronder sprake van grofzand met grind op de bodem van de sleuf. Dit laatste kan worden geïnterpreteerd als beddingzand. De scherpe overgang naar de bovenliggende kleilagen wijzen erop dat de top van dit pakket geërodeerd is. De bodem bleek plaatselijk ook al verstoord door recente werkzaamheden, net zoals in zone 10. In het voorgaande booronderzoek waren in deze zone mogelijke oeverwallen waargenomen; deze zijn niet aangetroffen. Het in de boringen aanwezig grove beddingzand is wel waargenomen in de werkput. Ondanks het feit dat bodems zoals oeverwallen en (niet geërodeerd) beddingzand kansrijk kunnen zijn voor archeologische resten en er een verwachting op een archeologische vindplaats is uitgesproken in het vooronderzoek, is er geen vindplaats noch enige andere archeologische resten aangetroffen. Selectiebesluit Het proefsleuvenonderzoek had het karakter van een archeologische begeleiding. De werkzaamheden zijn dan ook al uitgevoerd. Er zijn tijdens het onderzoek geen vindplaatsen of archeologische indicatoren aangetroffen. Antea Group adviseert daarom om het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie. Dit is een advies. Het nemen van een selectiebesluit is voorgenomen aan het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente West-Betuwe.

Fields of Study & Subjects

Archaeological Research and Protection Ancient and Medieval Archaeology Studies Soil and Environmental Studies

Publication details

Journal / source
Data Archiving and Networked Services (DANS)
Publication date
19 February 2026
Language
NL
Document type
Dataset