Proefsleuvenonderzoek Ede Wethoudersbuurt Proefsleuvenonderzoek aan de Wethoudersbuurt te Ede in de gemeente Gemeente Ede
Abstract
Econsultancy heeft in opdracht van Woonstede een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd voor het plangebied aan de Wethoudersbuurt in Ede, gemeente Ede. Het plangebied wordt volledig heringericht. Hierbij wordt de huidige bebouwing gesloopt en worden nieuwe woningen gerealiseerd. De bestaande infrastructuur zal worden vernieuwd en er zullen nieuwe kabels en leidingen worden aangelegd. De omvang van de geplande bodemverstoring is groter en dieper dan de in het gemeentelijk beleid vastgestelde ondergrens, waardoor archeologisch onderzoek noodzakelijk was. Voor aanvang van het proefsleuvenonderzoek is voor het plangebied is een bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd door Econsultancy. Op basis van de resultaten van dit onderzoek was er een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten vanaf het (laat-)paleolithicum tot en met de late Middeleeuwen. Vervolgonderzoek werd geadviseerd indien bodemingrepen >20 cm onder maaiveld zouden worden uitgevoerd. De gemeente Ede heeft op basis van de resultaten en het advies gesteld dat er een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek diende te worden uitgevoerd. Het doel van het proefsleuvenonderzoek (IVO-P) is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting. Daarnaast diende van eventuele vindplaatsen de aard, omvang, datering, gaafheid, conservering en inhoudelijke kwaliteit te worden vastgesteld. Eventuele ondergrondse sloop zou ook archeologisch moeten worden begeleid omdat er mogelijk nog archeologische waarden onder de bebouwing aanwezig was. Het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd van 9 tot 17 april 2024 door een veldteam van Econsultancy. Tijdens het onderzoek zijn 24 proefsleuven aangelegd met een totaal oppervlakte van 1.660 m2 onderzocht, circa 4% van het onderzoeksgebied. Dit oppervlak was minder dan de eis in het voor dit onderzoek opgestelde Programma van Eisen. Werkputten 25 t/m 32 zijn in overleg met de bevoegde overheid komen te vervallen omdat de aanleg hiervan niet mogelijk was omdat leidingen ter plaatse nog niet waren afgesloten, er in de planning van de opdrachtgever geen ruimte was om op een later moment de laatste sleuven aan te leggen, en omdat de aangelegde sleuven voldoende inzicht in de archeologische waarden in het plangebied gaven. In de werkputten is één vlak aangelegd in de top van de C-horizont, op een diepte tussen 17,65 en 18,66 m NAP. Het sporenvlak was in het gehele plangebied, op wat plaatselijke recente verstoringen na, intact en goed leesbaar. Resultaten Het plangebied ligt binnen een gebied met dekzand en daluitspoelingswaaierafzettingen (Formatie van Boxtel) bovenop gestuwde afzettingen. Wanneer het paleoreliëf gereconstrueerd wordt op basis van de diepte van de C-horizont wordt duidelijk dat er wat hoogteverschillen binnen het plangebied aanwezig waren, waarschijnlijk door de aanwezigheid van een hoogte binnen het gordeldekzand. Het maximale hoogteverschil is circa 1 m. Tijdens het holoceen is in het dekzand een haarpodzolbodem ontwikkeld. Bij het onderzoek in een groot deel van de profielen, met name aan de westkant van het plangebied, de natuurlijk gevormde haarpodzolbodem nog (deels) waargenomen. In enkele gevallen betrof het een profiel met een intacte E-horizont, maar vaak was er alleen sprake van verstoorde B-horizont of de onderkant van een BC-horizont. In het oostelijk deel van het plangebied werd er op de natuurlijke afzettingen (het restant van) een mogelijke oude cultuurlaag uit de IJzertijd/Romeinse tijd waargenomen. Daarboven lag verspreid door het hele onderzoeksgebied een Middeleeuwse oude akkerlaag van 10-20 cm dikte. De bovenste bodemlagen werden in het plangebied gevormd door een dik plaggendek. In het plaggendek waren zeker 4 lagen te onderscheiden. De onderste twee lagen hebben een bruinere tint, dat wijst op het gebruik van bosstrooisel in het plaggendek. De bovenste twee lagen zijn grijs en bestaan vooral uit heideplaggen. De dikte van het plaggendek is over het algemeen tussen de 70 – 100 cm met enkele plaggendekken rond de 50 - 70 cm dik en een paar uitschieters tot 120 cm dik (figuur 5.5). In het zuiden en zuidwesten van het onderzoeksgebied is het plaggendek circa
Publication details
- Journal / source
- Data Archiving and Networked Services (DANS)
- Publication date
- 6 January 2026
- Document type
- Dataset